EN NL

Context

In het rapport Duurzame Geesteswetenschappen, beter bekend als het rapport van de  Commissie-Cohen; 2009, werd geconstateerd dat de geesteswetenschappen, als het gaat om de waardering van hun onderzoek, te zeer zijn overgeleverd aan modellen die ontleend zijn aan de exacte en medische wetenschappen. Het rapport kwam met de aanbeveling om eigen standaarden voor de geesteswetenschappen te ontwikkelen. In de daarop volgende jaren zijn er binnen de KNAW commissies aan het werk gegaan met deze problematiek, zowel voor de geesteswetenschappen als de sociale wetenschappen (zie o.a. Kwaliteitsindicatoren voor onderzoek in de Geesteswetenschappen, mei 2011). Deze ontwikkelingen vielen min of meer samen met het opstellen van het Standard Evaluatie Protocol 2015 – 2021 (SEP) voor onderzoeksevaluaties, waarin meer ruimte werd gecreëerd voor zowel kwalitatieve als maatschappelijke aspecten van het onderzoek.

 

Uitgangspunten

Het advies van de KNAW bevatte weliswaar een aantal vruchtbare uitgangspunten, maar geen werkbaar model, klaar voor gebruik door onderzoekers, faculteiten en visitatiecommissies. Om die reden besloot het landelijke overleg van decanen van de geesteswetenschappelijke faculteiten (DLG), met instemming van het Regieorgaan Duurzame Geesteswetenschappen, eind 2012 in te stemmen met het voorstel om te komen tot een operationeel model voor Kwaliteitsindicatoren voor onderzoek in de Geesteswetenschappen. Daarbij hebben zich ook het landelijk Disciplineoverleg Wijsbegeerte (DWB), het Disciplineoverlegorgaan Godgeleerdheid (DGO) en de KNAW zich aangesloten. 

Het penvoerderschap van het project werd belegd bij de Universiteit van Amsterdam en stond onder regie van een Wetenschappelijke Commissie en een Stuurgroep c.q. werkgroep (voor de samenstelling: zie colofon).

 

De Wetenschappelijke Commissie formuleerde de uitgangspunten van het project in 2014 als volgt:

  • het op te leveren model zou vooral ‘geïnternaliseerde waarden’ moeten weerspiegelen, en de suggestie van een soort absolute objectiviteit moeten vermijden;
  • het model zou vooral een handreiking moeten zijn en geen model voor bureaucratische exercities;
  • het model zou moeten voorzien in een grote mate van differentiatie, om te komen tot (1) coherentie en (2) herkenbaarheid binnen de afzonderlijke domeinen van onderzoek;
  • ook open access publicaties zouden een plaats moeten krijgen;
  • het model zou multifunctioneel moeten zijn: het zou niet alleen moeten dienen om individuele prestaties te beoordelen, maar ook om beleid te maken, b.v. wat betreft de samenstelling en doelstellingen van onderzoeksgroepen;
  • het model zou ook moeten kunnen dienen als ‘loopbaan-spiegel’ voor (jongere) onderzoekers, en bepaalde praktijken moeten bevorderen, op het terrein van maatschappelijke impact en exposure;
  • in het model zouden valorisatie en impact moeten worden verdisconteerd.

 

Opzet en uitvoering van het Project KIG

Na een aarzelend begin, dat vooral in het teken stond van inventarisatie, werden de doelstellingen van het project geformuleerd en een strategie ontworpen om tot een model te komen. De gedachte was dit bottom up te doen, op grond van empirische bevindingen en waarden die door de onderzoekers worden (h)erkend. Daarmee bewandelde het project nieuwe wegen, ook internationaal bezien.

Een eerste stap was het in kaart brengen van de verschillende publicatieculturen binnen de geesteswetenschappen, aan de hand van een pilot, gebaseerd op de onderzoeksgegevens van de universiteiten van Leiden en Amsterdam. Voor de volgende stap op weg naar zo’n geografie van publicatieculturen werd een beroep gedaan op de landelijke onderzoekscholen, vanuit de gedachte dat daarmee het grootste deel van het onderzoek binnen de humaniora zou zijn afgedekt, en de daar bestaande communities konden fungeren als klankbord.

In deze opzet kregen de onderzoekscholen dus een cruciale rol toegewezen – een rol die later is vastgelegd in de instelling van Domeinpanels, die een plek hebben gekregen in QRiH. Hun eerste taak bestond uit het maken van een classificatie en kwalificatie van tijdschriften en uitgeverijen, aan de hand van materiaal dat door de werkgroep van het project KIG was aangeleverd.

Op het moment dat de onderzoeksscholen werden ingeschakeld, medio 2015, kookte het in universitair Nederland, en dat had zijn weerslag op het project. Sommige schoolbesturen waren er niet gerust op: wie garandeerde dat ook dit model niet zou worden gebruikt voor een afrekencultuur? De publicatie van het SEP 2015-2021 bood een uitkomst. Terwijl het verzamelen van de gegevens op een laag pitje werd gezet, stortte het Project zich op een vertaling van het SEP naar een handleiding voor de beoordeling van geesteswetenschappelijk onderzoek. De ratio hierachter was dat het SEP volop ruimte bood om ‘eigen’ – geesteswetenschappelijk’ – kader te scheppen met dito indicatoren.

Deze bijstelling van de aanpak leidde in 2016 tot de eerste versie van de Handleiding, waarvan de kernboodschap was dat zelfevaluatierapporten in de geesteswetenschappen een narratieve vorm zouden moeten krijgen, met argumenten onderbouwd door robuuste data, gecategoriseerd met behulp van de indicatoren. Deze handleiding werd uiterst positief ontvangen, waarna de Stuurgroep zich  kon zetten aan de verdere uitwerking van de indicatoren en het verzamelen van de noodzakelijke gegevens voor het opstellen van de als ‘geautoriseerd’ benoemde indicatoren. 

Deze werkzaamheden resulteerden in een presentatie van de Handleiding en een demo van de website QRiH, op 15 december 2016 bij de KNAW, ten overstaan van haar president, José van Dijck. In het daarop volgende halfjaar is vooral gewerkt aan een forse herschrijving van de Handleiding, een reorganisatie van de website (mede op grond van gesprekken en proefopstellingen), een verdere uitwerking en precisering van de indicatoren, en een herziening van alle lijsten en profielen door de Domeinpanels. Ondertussen besloten de drie disciplinaire overlegorganen DLG, DWB en DGO, met de KNAW tot oprichting van het Samenwerkingsverband QRiH. Onderdeel daarvan was de benoeming van een overkoepelend Landelijk Autorisatiepanel, belast met de inhoudelijke zeggenschap over het instrument. Tevens werd besloten het instrument te gebruiken in de komende visitatierondes en middelen ter beschikking te stellen om het instrument de komende jaren in stand te houden en verder te ontwikkelen.

Uitgangspunt van QRiH is, recht te doen aan het eigen karakter en de grote diversiteit van het onderzoek in de geesteswetenschappen onder meer door:

  • Het betrekken van onderzoekers bij het formuleren van criteria van kwaliteit en relevantie door domeinpanels;
  • Ruimte voor beoordelingsinstrumenten voor uiteenlopende vormen van onderzoeksuitkomsten zoals boeken en bundels, catalogi, audiovisuele producten, tentoonstellingen, etc; deze verscheidenheid wordt zichtbaar in de uitwerking van de indicatoren zoals genoemd in de SEP tabel D1,
  • Aandacht voor de samenhang tussen wetenschappelijke en maatschappelijke kwaliteit en relevantie, door de mogelijkheid om zelfevaluatierapporten op te stellen in narratieve vorm, en ook hybride uitkomsten van onderzoek te benoemen.

Meer informatie: Achtergrond en ontwikkeling van QRiH
 

QRiH biedt informatie en hulpmiddelen:

QRiH is een instrumentarium voor de beoordeling van kwaliteit en relevantie van onderzoek in de geesteswetenschappen, ontworpen in opdracht van het Samenwerkingsverband van de landelijke koepelorganisaties DLG, DGO en DWB, en de KNAW.

 

De zeggenschap over het instrument QRiH ligt bij het Landelijk Autorisatiepanel, op 20 juni 2017 ingesteld bij gemeenschappelijk besluit van het Samenwerkingsverband.  

 

QRiH is vervaardigd door de projectgroep Kwaliteitsindicatoren in de Geesteswetenschappen (KIG), in opdracht van genoemde samenwerkende faculteiten en gefinancierd vanuit Duurzame Geesteswetenschappen (2013-2017).

 

De Wetenschappelijke Adviescommissie KIG bestond uit prof. dr Remieg Aerts (RU, UvA), em. prof. dr Geert Booij (Leiden), prof. dr Martha Frederiks (UU, 2014-2015), prof. dr Mary Kemperink (RUG), prof. dr Anthonie Meijers,  prof. dr Frank van Vree, voorzitter (UvA, NIOD).

 

QRiH is voorbereid en ontworpen door de stuurgroep KIG, bestaande uit dr Ad Prins (onderzoek, productie & redactie), dr Jack Spaapen (KNAW, onderzoek en redactie), prof. dr Frank van Vree (UvA/NIOD, voorzitter, onderzoek en eindredactie), dr Thed van Leeuwen (CWTS, onderzoek en redactie), dr David Duindam (UvA, secretaris) en drs. Martin Boekhout (BBMRI, assistent  onderzoeker). In 2013/2014 trad drs. Hotze Mulder (UvA) op als projectsecretaris.  

De volgende onderzoekers hebben meegewerkt in de domeinpanels (lijst per 11 september 2017)

 

ARCHON

Archeologie

Dr. Alexander Geurds (UL)

Dr. Roel Lauwerier (RCE)

Prof. Daan Raemaekers (RuG, chair)

Prof. Harry Fokkens (UL)

Prof. Nico Roymans (VU)

Prof. Vladimir Stissi (UvA)

 

Digital Humanities

Digital Humanities

Anne Beaulieu (RUG)

Elli Bleeker (Huygens ING - KNAW Humanities Cluster)

Joris van Eijnatten (Utrecht University)

Franciska de Jong (Utrecht University, Erasmus)

Ju-Sung Lee (Erasmus)

Patrica Lulof (Universiteit van Amsterdam)

Christian Olesen (Universiteit van Amsterdam)

Melvin Wevers (DHLab - KNAW Humanities Cluster)

 

Filosofie

Filosofie

Anthonie Meijers (TUe)

Frans de Haas (UL)

Marcus Düwell (UU)

 

Huizinga

Cultuurgeschiedenis

Floris Cohen (Voorzitter)

Frans van Lunteren

Inger Leemans

Joep Leerssen

Lotte Jensen

Michael Wintle (Director HI)

Paul Koopman (Co-ordinator HI)

Wijnand Mijnhardt

 

LOT

Taalwetenschappen

Dr. Aoju Chen (Utrecht)

Dr. Hans Van de Velde (Fryske Akademy)

Dr. Judith Rispens (Amsterdam-UvA)

Dr. Onno Crasborn (Nijmegen)

Dr. Sander Lestrade (Nijmegen), postdoc rep.

Prof. dr. Fons Maes (Tilburg)

Prof. dr. H.E. de Swart.

Prof. dr. Jack Hoeksema (Groningen)

Prof. dr. Lourens de Vries (Amsterdam-VU)

Prof. dr. Marian Klamer (Leiden)

Prof. dr. Nicoline van der Sijs (Meertens Instituut)

Prof. dr. Sjef Barbiers (Leiden), chair

 

Mediëvistiek

Mediëvistiek

Dekker (RUG)

Catrien Santingh (RUG)

Erik Kwakkel (Leiden)

Koopmans (UvA)

Marco Mostert (UU; voorzitter)

Martine Meuwese (UU)

Sven Meeder (RU)

 

NICA

Cultuur Studies

Anneke Smelik (RU),

Ernst van Alphen (LU)

Frans-Willem Korsten (EUR)

Ginette Verstraete (VU)

Maaike Bleeker (UU)

Murat Aydemir, UvA directeur NICA.

Patricia Pisters (UvA)

René Boomkens (UvA)

Rosemarie Buikema (UU)

 

NISIS

Islam Studies

Gabrielle van den Berg (LU)
Petra de Bruijn (LU)
Christian Lange (UU), voorzitter
Ruud Peters (UvA)
Thijl Sunier (VU)

 

 

NOG

Genderstudies

Dr. Agnes Andeweg (UD)

Dr. Eva Midden (UD)

Dr. Geertje Mak (UD)

Dr. Grietje Dresen (UD)

Dr. Kathrin Thiele (UD)

Dr. Liedeke Plate (UHD)

Dr. Liesbeth Minnaard (UD)

Dr. Rachel Spronk (UD)

Dr. Stefan Dudink (UD)

Dr. Veronica Vasterling (UHD)

Prof. Lies Wesseling (Hoogleraar)

Prof. Rosemarie Buikema (Hoogleraar)

Prof. Sandra Ponzanesi (Hoogleraar)

 

NOSTER

Theologie en Religiestudies

prof. dr. Ab de Jong, voorzitter domeinpanel Theologie en Religiestudies

prof. dr. Bert-Jan Lietaert Peerbolte, voorzitterAdviescommissie NOSTER

prof. dr. Frans Wijssen, vice-decaan penvoerende faculteit FTR, Radboud Universiteit

Prof. dr. Heleen Murre-Van den Berg

prof. dr. Judith Frishman, voorzitter schoolbestuur NOSTER

 

NWP

Economische en Sociale Geschiedenis

Prof.dr. A.A.P.O. Janssens

Prof.dr. C.A. Davids

Prof.dr. J. Kok

Prof.dr. M.G.J. Duijvendak

Prof.dr. R. Oldenziel

 

OIKOS

Klassieke Oudheidstudies

Prof. dr. Caroline Kroon (UvA/VU) -Latijn

Prof. dr. G. Boter (VU) - Oud Grieks

Prof. dr. Josine Blok (UU) -Oude Geschiedenis

Prof. dr. Miguel-John Versluys (UL) - Klassieke Archeologie

Prof. dr. Teun Tieleman (UU) - Antieke Filosofie + voorzitter

 

OPG

Politieke Geschiedenis

Prof. dr. Mieke Aerts (UvA)

Prof. dr. Remieg Aerts (voorzitter) (UvA)

Prof. dr. Ida Nijenhuis (Huygens ING / Radboud Universiteit Nijmegen)

Prof. dr. Wim Klinkert (UvA / Defensieakademie Breda)

Prof. dr. Kiran Patel (UM)

Dr. Remco Raben (UU)

 

OSK

Kunstgeschiedenis

Dhr. dr. C. Stolwijk (RKD - Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis), voorzitter

Dhr. dr. J. Abrahamse (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Dhr. drs. E. Buijsen (Mauritshuis)

Dhr. prof.dr. F. Grijzenhout (Universiteit van Amsterdam)

Dhr. prof.dr. G. Weber (Rijksmuseum Amsterdam)

Dhr. prof.dr. K.A. Ottenheym (UU/Directeur OSK)

Dhr. prof.dr. M.A. Weststeijn (Universiteit Utrecht)

Dhr. prof.dr. P.B.M. van den Akker (Open Universiteit)

Dhr. prof.dr. V. Manuth (Radboud Universiteit Nijmegen)

Mw. dr. H. Berens (Het Nieuwe Instituut)

Mw. dr. M. Schavemaker (Stedelijk Museum Amsterdam)

Mw. dr. M. van Thoor (Technische Universiteit Delft)

Mw. drs. M. Vellekoop (Van Gogh Museum)   

Mw. prof.dr. A.S. Lehmann (Rijksuniversiteit Groningen)

Mw. prof.dr. C.J.M. Zijlmans (Universiteit Leiden)

Mw. prof.dr. K. Kwastek (Vrije Universiteit Amsterdam)

 

OSL

Literatuurwetenschap

Dr. Aagje Swinnen (UM)

Dr. Brigitte Adriaensen (RU)

Dr. Stephan Besser (UvA)

Prof. dr. Ellen Rutten (UvA)

Prof. dr. Geert Buelens (UU)

Prof. dr. Henk van der Liet, voorzitter (UvA)

Prof. dr. Liesbeth Korthals Altes (RUG)

 

RMeS

Mediastudies

prof. E. Müller (UU)

prof. F. Kessler (UU)

Prof. G. Verstraete (VU)

Prof. M. Broersma (RUG)

prof. R. Rogers (UvA)

 

WTMC

Wetenschap- en Technologiestudies

Prof. S. Wyatt – KNAW.

Dr. A. Meershoek – UM

Dr. B. Pasveer (UM)

Dr. B. van der Meulen – Rathenau Instituut

Dr. G. Valkenburg (UM)

Dr. J. Broerse – VU

Dr. M. Boenink – UT

de Wit (RUG) – PhD student member

Smit (UL) PhD student member

Prof. H. Zwart – RU

Prof. Ir. G. Verbong – TUE

Prof. P. Wouters – UL, chair

Prof. H. Dijstelbloem – external member

Prof. K. Frenken – UU

Het Landelijk Autorisatiepanel is ingesteld door het Samenwerkingsverband QRiH (DLG, DWG, DGO en KNAW) op 15 juni 2017. Het panel bestaat uit negen vooraanstaande onderzoekers uit de diverse domeinen van de geesteswetenschappen, en zijn benoemd voor 5 jaar.

 

De taak van het Landelijk Autorisatiepanel is de jaarlijkse vaststelling van het QRiH instrument, op advies van de Domeinpanels. Het panel stelt ook de Domeinpanels in, op voordracht van de landelijke onderzoeksscholen die deelnemen aan het Samenwerkingsverband QRiH, en ziet toe op de werkzaamheden van de Domeinpanels en hun adviezen. Tenslotte is het Landelijk Autorisatiepanel verantwoordelijk voor de verdere ontwikkeling van het instrument QRiH. Het Landelijk Autorisatiepanel streeft naar beslissingen genomen in consensus.

 

Leden

  1. Remieg Aerts , hoogleraar Nederlandse Geschiedenis UvA (eerder RU, RUG).
  2. Jan Paul Crielaard, hoogleraar Mediterrane Pre- en Protohistorische Archaeologie, VU.
  3. Anne Cutler, hoogleraar Vergelijkende Taalpsychologie, Max Planck Instituut en Donders Instituut, Radboud Universiteit.
  4. Jan Willem van Henten, hoogleraar Religiewetenschappen, in het bijzonder Jodendom en christendom in de oudheid, UvA.
  5. Susanne Janssen, hoogleraar Sociologie van Media en Cultuur, EUR.
  6. Leo Lucassen, hoogleraar Globale Arbeids- en Migratiegeschiedenis, Universiteit Leiden, en hoofd onderzoek van het IISG
  7. Barend van der Meulen, hoogleraar Evidence for Science Policy, Universiteit Leiden, en hoofd onderzoek van het Rathenau Instituut.
  8. Rene van Woudenberg, hoogleraar Epistemologie en Metafysica, VU.
  9. Sally Wyatt, hoogleraar Digital Cultures in Development, Universiteit Maastricht/KNAW.

 

 Het Landelijk Autorisatiepanel werkt conform het reglement vastgesteld door DLG, DGO, DWB en de KNAW. (PDF)