EN NL

Zelfevaluatie en Narratief

Het doel van iedere zelfevaluatie is om de vaak breder samengestelde visitatie– en beoordelingscommissies op een begrijpelijke wijze en met goede argumenten te laten zien wat de onderzoekseenheid is en wil zijn en welke resultaten zij daarbij heeft geboekt. De kern van ieder zelfevaluatierapport – ongeacht of deze betrekking heeft op een onderzoeksgroep, een onderzoeksprogramma of een onderzoeksinstituut – wordt derhalve gevormd door een overkoepelend verhaal. Anders gezegd: een zelfevaluatierapport heeft een narratief karakter. Positie, missie en ambities, maar ook de keuze van de indicatoren worden in samenhang beschreven. Dat geldt ook voor de uitkomsten van het onderzoek: het gaat erom deze te laten zien, niet als losse lijstjes van data, maar in relatie tot het karakter en de ambities van de onderzoekseenheid in het wetenschappelijk en maatschappelijk domein.

 

Zelfevaluatierapporten in de geesteswetenschappen hebben de volgende structuur:

 

1. Inleiding met korte beschrijving, profielschets en ambitie

2. Keuze van relevante indicatoren

3. Wetenschappelijke en maatschappelijke resultaten

4. Eigen conclusies van de zelfevaluatie

 

Deze eerste vier onderdelen hebben het karakter van een samenhangend narratief.

De opbouw van de rest van het zelfevaluatierapport volgt het SEP-format, met de kanttekening dat in ieder geval ook de onderdelen 6 en 9 hoofdzakelijk de vorm van een narratief krijgen.

 

5. (Bestuurlijke) context

6. Uitkomsten van vorige evaluaties, SWOT analyse en toekomstplannen

7. PhD programma's

8. Diversity

9. Research integrity, ethiek, onderzoeksdata management

10. Robuuste data met case studies, tabellen en appendices

 

(kijk ook naar de handleiding,  het format en de voorbeelden)